Welkom op onze reisblog, waar je alles kan lezen over onze reis van zomer 2009 tot zomer 2010 door Eurazië. Bij het naar beneden scollen ontdek je de berichten en foto's, per land geordend. Verder zijn we erg trots op onze gedetailleerde materiaallijst en pech-onderwegrubriek. Deze zijn bedoeld als inspiratiebron voor eenieder die een lange tocht per fiets plant, of eenieder met interesse. Je ziet onze route op onderstaande kaart (google maps) en kan klikken op de routelijntjes voor meer informatie over een bepaald stukje (goed mikken). Heb je nog vragen of wil je graag meer informatie over een bepaald deel van onze route, dan mag je altijd mailen naar Bert of Melanie.

Veel leesplezier!

Melanie en Bert

Route


Route weergeven op een grotere kaart
Posts tonen met het label Georgië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Georgië. Alle posts tonen

vrijdag 25 juni 2010

Onweders en bergop

Om de vakantiesfeer toch een beetje te verbreken, en om ons meer en meer op het mooie Belgie voor te bereiden, pleziert het groene Georgie ons dagelijks tussen 14u en 17u met een feestelijk onweertje. Regen, donder, bliksem, wind, ... u kent het wel. Bovendien blijken we hier in de Kaukasus te zitten, en die blijken vooral bergop te gaan (of lijkt dat alleen maar zo?). Na het zomerse Azerbeidjan met haar terrasjes en lange middagpauzes, waar iedereen die we tegenkwamen ons een Georgie beloofde met ongewoon en nooit eerder gezien gastvrije bewoners en legendarische maaltijden voelen we ons toch een heel klein beetje in het zak gezet. Misschien lag het aan de weg: meer dan 100km wegenwerken is niet echt rustiek te noemen, in plaats van mooie uitzichten was er modder, weg die open lag en massa's camions die niet veel sneller gingen dan wij, en dus steeds in de buurt bleven. Lag het aan de lelijke industrieel lijkende dorpjes, badend in een poel modder? Of lag het aan de kindjes die - al stonden we in een tuin - toch maar bleven roepen, zich verstoppen als we op-of omkeken, en uiteindelijk dingen begonnen te gooien (of deden ze plofgeluidjes na? we zaten in onze tent, en kunnen het dus niet met zekerheid zeggen). Aan het eten zal het niet gelegen hebben, want tafelen gebeurt hier inderdaad uitgebreid, al waren de restaurantjes langs ons "idyllische" bergpaadje op een hand te tellen. Als het meeviel waren ze open, en waren we hongerig genoeg om meteen te stoppen, en ons niet door hun school-eetzaal-achtige uiterlijk en gebrek aan andere klanten te laten afschrikken. Net als in China is op restaurant gaan een sociaal gebeuren, waarvoor je een berg vrienden meebrengt. Je krijgt dan ook vaak een apart zaaltje, waar het hele gezelschap gezellig kan keuvelen, zingen of roepen, naar believen. Met twee voelt zo'n zaaltje nogal leeg aan. We proberen dan ook vaak om aan de toog, of wat erop hoort te lijken, te gaan zitten, maar ook dat is het niet helemaal; of het personeel is geintimideerd en verdwijnt, waardoor we weer alleen zitten, of ze zijn enorm geinteresseerd in ons, en stellen de vragen die we op deze reis zowat dagelijks afdreunen "We komen van Belgie, neen, we zijn niet getrouwd maar wel samen, en jaja, we zijn met de fiets, amai amai". Soms is deze conversatie leuk en boeiend, na een vermoeiend stuk bergop fietsen in de regen is ze dat meestal niet.

Wat maakt al die andere fietsers dan zo enorm lovend over dit zogenaamde land van wijn en honing? Er zijn inderdaad prachtige stukjes (afgewerkte) weg, de hoofdstad is een pareltje en ook de historische kastelen/kloosters zijn om van te smullen. Toch gokken we dat het toppunt van menig toeristisch verblijf de homestays zijn, die op zich al de onweders en wegenwerken waard zijn. Helaas zijn ze soms moeilijk te vinden (al blijkt - nu we het land bijna uit zijn - er een boekje en een website van te bestaan, voor de liefhebbers: http://www.ruraltourism.ge/). Voor 15 euro de man krijg je een bed, warme douche met handdoeken (erg fijn, gezien onze handdoeken zo groot zijn als een zakdoek, en van textuur meer weghebben van een dwijl), en bovenal een gigantisch avondmaal en ontbijt; meestal bestaande uit verschillende gangen en vergezeld van wijn ('s avonds toch). Je wordt ontvangen bij een familie, dus is het er vaak nog erg gezellig ook. Zonde dat we in regel de enige gasten zijn, al kan je het andere toeristen niet kwalijk nemen onweervrije september en oktober te kiezen als geprefereerde reisseizoen. Ook buiten de homestays zijn de mensen hier inderdaad enorm gastvrij en vriendelijk. Men neemt de taxi en eindigt na het tochtje bij de taxichauffeur thuis, met een kop koffie en een berg eten. Men koopt ergens besjes, om meteen aangeboden te worden naast het verkopende besje op de bank te gaan zitten om ze op te eten. Men zet ergens een tent, en word al snel geinviteerd tot een kop koffie en een "chut chut" wodka. Het grote verschil met andere fietsers, zo gokken wij, is dat onze feestelijke gewoonte aan mensen te vragen of we een hoekje tuin krijgen om een nachtje onze tent te zetten, een soortgelijke gastvrijheid teweeg brengt, zij het dan vaak ietwat schuchtigder aangebracht. Zelfs bij mensen waar we het op het eerste gezicht niet hadden verwacht werden we onthaald met verse melk, kregen we een badkamer aangeboden, of werden we na een verlegen blik op onze tent binnen uitgenodigd; terwijl we enkel een stukje gras vroegen/verwachtten. Bij kamperen in het wild (evenmin te versmaden indien er mooie plekjes te vinden zijn) of verblijven in homestays of hotelletjes valt natuurlijk enkel expliciete gastvrijheid op, waarin Georgie inderdaad uitblinkt. Eigenlijk is dat toch wel super, we hebben het al zodanig goed gehad, en zodanig veel gastvrije en enorm aardige mensen tegen gekomen, dat de geroemde Georgiers niets nieuws onder de zon lijken. Alweer een positieve noot om mee af te sluiten, wie had dat gedacht na het zien van de titel?

Melanie

zaterdag 19 juni 2010

Als een God in Georgie

dag allemaal,

Zoals u ziet op het kaartje, vertoeven wij nog steeds in de Kaukasus, balancerend op de grens tussen Azie en Europa, zij het niet langer in Azerbeidzjan, maar in Georgie.

Op deze reis zijn we al heel wat mensen tegengekomen die over Georgie vertellen als het beloofde land, het land van wijn en honing. Bovendien vindt men over de gehele ex-sovjetunie Georgische restaurants terug, en tellen deze als gastronomische toppers. Ook de Georgische wijn is erg befaamd in deze contreien, hoewel hij wegens de economische boycot niet langer in Rusland verkrijgbaar is (tot grote spijt van menige Rus). Geen wonder dus dat wij ons reeds lang verheugd hebben om hier te passeren. We zijn nog maar enkele dagen in het land, maar kunnen nu al zeggen dat de maaltijden hier inderdaad allesbehalve sober zijn en dat de wijn rijkelijk vloeit. Goed nieuws ook voor vegetariers, veel vlees komt hier niet op tafel, wel massale hoeveelheden kaas (meestal in gesmolten vorm) en verse groenten. Onze eerste nacht hebben we doorgebracht in een bergstadje, tevens gebombardeerd tot wijnhoofdstad in naam van het toerisme, bij een ouder koppel dat 'homestays' organiseert, een soort van bed & breakfast, maar dan met meer sfeer, avondeten en wijn a volonte. Hun huis is een beetje vreemd gebouwd, tegen een bergflank. Je komt binnen op het hoogste verdiep, en kan van daaruit twee verdiepingen afdalen. De achterkant van het huis heeft zo een spectaculair uitzicht over de benedenliggende valei en de hoge kaukasus verderop. 's Avonds hebben we hier mogen genieten van een waar lichtspektakel, opgevoerd door het onweer, vanop het terras, met een glas wijn in de hand. Het leven kan soms mooi zijn.

Vanavond plannen we soortgelijke activiteiten, zij het in een minder idyllische jeugdherberg in Tblisi, de hoofdstad. Na nog wat boodschappen morgen en misschien ook overmorgen, trekken we verder met de fiets, niet meer over de hoofdweg dit keer, maar over de bergen. In het toeristenkantoor in het hierboven vernoemde bergstadje hebben ze ons dit afgeraden, wegens 'slecht wegdek', maar een zij-uitstapje met de taxi, fietsen was immers door hen afgeraden, heeft ons geleerd dat ze niet echt vertrouwd zijn met de wensen van de fietser: liever een wat minder perfecte weg en een mooi uitzicht, dan een mooie asfaltbaan die volledig door auto's opgeeist wordt.

Geen spannende verhalen dus, misschien wel nog een vreemde anecdote. Het betreft de aankoop van twee broden, vers uit de tandoor. Gastvrij als de mensen hier zijn, krijgen we er onmiddelijk een stoel, kaas en komkommer. Na een kort gesprek in minimalistisch Russisch en vooral gebarentaal, worden wij nogal expliciet (in onze ogen) uitgenodigd om bij een van de dames thuis de nacht door te brengen. Wij zeggen ok, hoewel een plaatsje voor onze tent ook meer dan prima is. Wij wachten dus, en blijven wachten, terwijl de dames hun laatste lading brood bakken. Als iedereen al zijn schup heeft afgekuist, twee uur later, staat onze gastvrouw in spe nog steeds te dralen. Dit is een beetje vreemd. Het is ondertussen al aan het schemeren en we waren eigenlijk al erg moe. Om wat schot en verduidelijking in de zaak te krijgen, nemen we afscheid, aannemend dat zijn ons nu gaat tegenhouden en ons zeggen waar we mogen slapen of onze tent zetten. Niets van dit alles! Ze geeft ons nog twee broden en neemt vriendelijk afscheid. Verdorie zeg, we hadden ons nochthans niet vergist in haar uitnodiging. Misschien is iemand uitnodigen hier niet altijd zo serieus bedoeld, is het zoiets als bij ons "zeg, ik bel nog wel es he", of "we zullen nog eens afspreken he," eerder een formulering van afscheid dan een belofte of uitnodiging. Wij hebben die avond in het halfduister ergens langs de weg ons tent kunnen opzetten, en nemen ons voor niet meer in te gaan op uitnodigingen die zich afspelen in de toekomst.