Welkom op onze reisblog, waar je alles kan lezen over onze reis van zomer 2009 tot zomer 2010 door Eurazië. Bij het naar beneden scollen ontdek je de berichten en foto's, per land geordend. Verder zijn we erg trots op onze gedetailleerde materiaallijst en pech-onderwegrubriek. Deze zijn bedoeld als inspiratiebron voor eenieder die een lange tocht per fiets plant, of eenieder met interesse. Je ziet onze route op onderstaande kaart (google maps) en kan klikken op de routelijntjes voor meer informatie over een bepaald stukje (goed mikken). Heb je nog vragen of wil je graag meer informatie over een bepaald deel van onze route, dan mag je altijd mailen naar Bert of Melanie.

Veel leesplezier!

Melanie en Bert

Route


Route weergeven op een grotere kaart
Posts tonen met het label Vietnam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vietnam. Alle posts tonen

vrijdag 5 februari 2010

Toch nog een Vietnamees avontuur

U dacht misschien dat Bert en Mel zich in Vietnam zodanig druk zaten te maken over het getoeter, waardoor ze geen tijd meer hadden voor het beleven van avonturen hier in "the far east". Wel, niets is minder waar. Zoals u zich misschien herinnert, verlieten we u vorige keer in Plei Can, op weg naar de Cambodiaanse grens. Wat u niet wist, is dat in Plei Can vele (twee) wegen leiden naar de grens. De ene passeert twee 'grote' steden, (Kon Tum en Pleiku) en maakt een kleine lus, de andere passeert zo goed als niets, en gaat recht naar beneden, naar de grens. U weet ondertussen al dat wij geen overhaaste beslissingen nemen (Bert toch niet), en kunt zich vast voorstellen dat de keuze voor deze of gene weg niet over een nacht ijs ging. Hoogteprofielen werden bekeken met google maps (optie 'terrain' blijktkei handig, mits ver genoeg inzoomen), en ook de afstand van de twee wegen werd berekend. Al gaf Google maps een vreemde omweg aan die we niet konden verklaren, toch kozen we voor de kortere en wegens gebrek aan steden hopelijk verkeersarmere weg. Zo gezegd zo gedaan, en flink fietsend gingen we op pad, de 14c plaatjes langs de weg (want zo heet ie) volgend. De weg begon als asfalt, maar ging al snel over in eerst gele dan rode klei, en tenslotte zand en stof. 'Geen probleem' zo dachten wij, mijn zussen hadden immers nieuwe terreinbanden meegebracht, en die bleken gemaakt te zijn voor dit soort weg. De weg was alles wat we gehoopt hadden dat ze zou zijn; op de occasionele truck of brommer na was er geen verkeer, de weinige mensen die we passeerden waren heel erg vriendelijk, en de mountainbike-afdalingen waren enorm de moeite. We kregen er zelfs een gratis oranje tintje (helaas afwasbaar) bij. 18u en dus ook het vallen van de nacht begon te naderen, maar geen huis te bekennen langs de weg. Uiteindelijk vonden we een soort grenspost, of natuurparkwachtershuis, waar een groep mannen ons met wilde gebaren duidelijk trachtte te maken dat we, als we een slaapplaats zochten, terug moesten naar Plei Can, 30km terug. Gezien de stand van de zon, en het feit dat we enorm gedaald waren het laatste uur, leek ons dat geen goede optie (mijn hekel aan terugkeren volledig buiten beschouwing gelaten), dus we bleven daar wat dralen, en probeerden de mannen duidelijk te maken dat we onze tent meehadden, en ze graag daar zouden opzetten. Na eerst nog herhaldelijk in de richting die wij wilden uitgaan en uitdrukkelijk van 'neen' gebaard te hebben, was er een van de mannen toch zo aardig ons toe te laten ons tentje op een stukje aarde voor hun gebouw te placeren. De mannen bleken heel behulpzaam, in de zoektocht naar de picket die hun hond had uitgetrokken met z'n leiband werd er meteen een grote lamp bij gehaald, en ook kwamen ze kijken of ze ons konden helpen bij het opzetten van onze tent.

Eens de tent stond begonnen we de kaart nog eens te bestuderen, ons afvragend wat nu het probleem zou kunnen zijn. Bij de 'njet' voor onze weg, werd ook vaak 'Cambodia' en 'danger' gezegd. Mochten we niet door omdat ze dachten dat we illegaal de grens zouden oversteken? Was er hier heus gevaar? We begrepen er alvast niets van, want de weg op onze kaart ging helemaal de grens niet over, en we hadden hen getoond dat we een visum voor Cambodia hadden, dus dat we het land best in mochten. De mannen kwamen al snel rond onze kaart zitten, en toen we nog maar eens vroegen of we zaten waar wij dachten dat we zaten op de kaart (er was maar 1 weg, dus we waren redelijk zeker, maar je weet maar nooit) en of de weg die wij dachten verder te volgen OK was, en zo niet, waarom. Uit deze conversatie kwamen heel erg warrige dingen naar boven, eerst was de weg wel OK, dan weer niet, dan weer enkel voor trucks (waar we met de fiets misschien opkonden?), dan weer werden handboeien getoond, voor als we verder zouden gaan. Telkens werd ook het nabijgelegen drielandenpunt (Cambodia, Vietnam en Laos) aangeduid als probleemzone, met nagedane geweerschoten en al. We begrepen er niets van, en besloten de volgende dag toch te proberen de weg te nemen, om op de harde manier te leren wat nu precies het probleem was. Terugkeren was immers omweg, en nog wel bergop ook. Gelukkig bleek de 'kapitein' van het team mannen een kameraad te hebben die Engels sprak, en kregen we die aan de telefoon. Deze vroeg ons eerst, heel vreemd, naar onze namen, paspoortgegevens, en waar we in Vietnam waren geweest voor daar aan te komen. Een beetje bureaucratie kunnen we op tijd en stond wel apprecieren, dus onze paspoorten werden al snel overhandigd aan de kapitein, daar spellen de spreekwoordelijke 'one bridge too far' was, al was de mens aan de telefoon dan leraar engels. Hij vertelde me dat we ons in een terrein bleken te bevinden waar buitenlanders helemaal niet mogen zijn (een soort natuurpark-reservaat, waar kamperen ook helemaal uit den boze is), en ook deze heer aan de telefoon drukte ons op het hart terug te keren, want verder gaan zou gevaarlijk zijn. Vietnamezen zijn vriendelijk, zo vertelde hij, maar met de Cambodianen zouden we wel eens problemen kunnen krijgen. We begrepen het nog steeds niet, was dit een gevaarlijk strijdgebied? Nergens hadden we daar iets van gehoord, dus toen ik de engelssprekende vriend weer aan telefoon kreeg (wat te pas en te onpas gebeurde die avond) vroeg ik opnieuw waarom we niet door konden, gezien er voor de passerende brommertjes en trucks geen probleem bleek te zijn. Hierop werd mijnheer boos, ze wouden ons alleen maar helpen zeker, en de telefoon kostte belachelijk veel geld, enkel om ons ter dienste te zijn, en als we niet wilden luisteren moesten we vooral verderfietsen, maar het zou hun schuld niet zijn als er iets zou gebeuren. Ik excuseerde mij (al had ik in mijn ogen helemaal niets fout gevraagd, ik wou enkel graag de reden weten waarom het zo gevaarlijk zou zijn, het argument 'ge zult verdwalen' leek me namelijk nogal vreemd, gezien er maar 1 weg was). Ondertussen echter hadden de mannen aan Bert uitgelegd gekregen dat onze grote weg, die met paaltjes langs de weg aangegeven werd en al, op een bepaald moment gewoon ophoudt te bestaan. Vanaf daar was er enkel bos en wildernis, en liepen we inderdaad het risico te verdwalen, wat niet zo verstandig is in een verlaten, tropisch gebied. De op en -aanrijdende trucks en jeeps bleken allemaal ten dienste van de lokale bosbouw en -kap te staan. Al was er dan een hele avond discussie voor nodig geweest, het was goed om dit te weten. Mel en Bert weten graag waarom ze terugkeren...

De volgende dag gingen we bij het krieken van de dag terug op pad, terug bergop vanwaar we kwamen. We planden de eerstvolgende truck een lift te vragen, maar gezien de reeds eerder bejubelde verkeersarmheid, passeerde er niemand. Na een uur bereikten wij, flinke fietsers, het laatste afslagpunt, vanwaar we een shortcut naar Kon Tum konden nemen. Gezien de reeds opgelopen vertraging was het doorfietsen geblazen om Kon Tum voor nachtval te bereiken. Glas op de weg trachtte roet in het eten te strooien. De band werd geplakt (met de 'hulp' van een aardige Vietnamees die, al was hij met de moto en wij met de fiets, dacht dat een band plakken ons westers petje te boven ging), maar helaas bleek onze lijm nogal oud (en is hij dus volgens Bert zijn galvaniserende capaciteit -wat dat ook moge wezen - aan het verliezen) en begon het 'lekke-band-gevoel' kort na het plakken terug te komen. Het gaatje was echter klein, en Kon Tum nabij, dus we hoopten het te halen voor hij te plat was (het werd inmiddels al snel donker). Uit ervaring weten we dat een lichtjes platte band helemaal plat word als je maar even stilstaat, wat resulteerde in een heuse evenwichts- en timingsoefening, iedere keer een rood licht in zicht kwam. Eens in de stad moesten we een hotelletje vinden, nogal moeilijk als je niet stil mag staan. Een mooi rond punt, bracht een uitweg. Ik genoot er zo van dat ik het wel 20 keer rond reed, terwij Bert de weg zocht in onze reisgids. Eind goed al goed, met de beloning van een fietsvrije voormiddag, om vanmiddag, als het warmste deel van de dag voorbij is, tot Pleiku, en morgen tot aan de Cambodiaanse grens te fietsen, tenzij deze weg ook opeens blijkt op te houden, je weet maar nooit.

Het ga u goed,
Melanie

donderdag 4 februari 2010

Een laatste groet uit Vietnam

Vietnam, het land van de gebakken rijst, de soepnoedels, de loempia's. Het land van de brommertjes, de schaamteloze, maar vriendelijke mensen (etnische minderheid of meerderheid), de rijstvelden, de Ho-Chi-Minsnelweg. Het land ook waar we het langst vertoefd hebben tot nu toe. Toch zal Vietnam ons voornamelijk bijblijven als het land van de oorverdovende toeters en de algemene, nooit aflatende geluidsoverlast. Laat ik echter kandidaattoeristen naar dit land niet afschrikken: temidden alle herrie, zijn er ook oases van rust te vinden, zoals in Hue, Hoi An, of de dorpjes rond Sa Pa, de meer toeristische gebieden zeg maar. Als fietser trek je echter onvermijdelijk door het "echte" Vietnam, en daar houdt men nu eenmaal van een ongezonde dosis decibels. Zolang het een luide radio of tv is, of toeters van brommertjes, valt het allemaal nog wel mee. Enkel wanneer een bus of een camion eerst vlak langs ons komt rijden, en dan demonstreert hoe hard zijn toeter wel kan gaan (enorm, maar dan ook enorm hard), rijzen onze haren ten berge, suizen onze oren en zijn we er toch minstens een half uur niet goed van. Het ergste is dat het meestal erg goed bedoeld is, en de chauffeur die je vriendelijk toetoeterde maar niet begrijpt waarom je met je hand op je oor en een boze blik zijn groet niet beantwoordt.

Een aspect van Vietnam, en ook van de komende landen naar het schijnt, waar het nog niet over gehad hebben, is het onderhandelen. Drie maal daags eten wij op restaurant, en beginnen we hierin al wat routine te kweken. Terwijl iemand de fietsen sluit, vraagt de andere alvast wat we kunnen eten en hoeveel dat moet kosten. Meestal wordt er een redelijke prijs voorgesteld, waar we dan zonder veel discussie op ingaan. Soms is het nodig af te dingen, weg te gaan, en je te laten terugroepen. Hoe dan ook, we zorgen er steeds voor dat op voorhand heel duidelijk gesteld wordt hoeveel we gaan betalen en wat we daarvoor krijgen. We hebben zowaar zelfs een stylo en een stukje papier in onze stuurtas zitten, om de prijs duidelijk te laten opschrijven. Gezien de taalbarriere is dat een hele klus, maar we weten dat het nodig is. En soms gebeurt het dan nog dat, als een soort inflatie, het eten bij afrekening ineens duurder geworden, als waren we in het Duitsland van de jaren 30. Soms wordt dit gestaafd met listige argumenten (maar ik heb u nog een schotel groenten gebracht die je niet besteld had, of extra rijst, of thee -deze zijn voor Vietnamezen gratis, laat dat duidelijk zijn-,...), soms ook gewoon zonder argumenten, als ware onze duidelijke voorafgaande prijsafspraak onbestaande. Als we gepast kunnen betalen, is er geen probleem. We leggen het verschuldigde bedrag netjes op tafel, zeggen vriendelijk dankuwel en vertrekken. Maar drie keer gebeurde dit bij het betalen met een groot briefje. Uiteraard wordt de discussie pas geopend na het overhandigen van het briefje. Men rekent er dan op dat die rijke blanke mensen hun middaggevoel niet gaan verpesten om een euro meer of minder, maar dat hebben ze dan wel helemaal mis. Inderdaad, wij offeren onze hartritmecoherentie op (naar het schijnt duurt het 6 uur om die te herstellen na u kwaad te hebben gemaakt) voor de goede zaak en voor de eventuele blanke mens die na ons komt. Juist is juist, zo vinden wij. Als we tijdens het eten bedenken dat we eigenlijk wel veel betaald hebben voor wat we krijgen betalen we ook niet minder. Zelfs als de aardige mensen van het hotel ons een veel te gunstige dollarkoers aanrekenen verbeteren wij het, al is dit in ons nadeel. Bijgevolg vinden we ook dat het fair is een eerlijke behandeling te eisen, al hebben wij dan inderdaad meer centen als zij, en komt het inderdaad niet op die halve euro. Het is echter niet zo eenvoudig wisselgeld terug te krijgen, eens men heeft beslist dat het toch een beetje duurder is dan afgesproken. Hiervoor moet je sterk in je schoenen staan, wat we kunnen omdat we op voorhand zo duidelijke afspraken maken, goed weten wat een redelijke prijs is voor een maaltijd, en vooral volhardend zijn in ons betoog. Soms moeten we de mens van het restaurant zowaar eventjes op de voet volgen, met de vermelding (in het nederlands of het engels, en vooral met duidelijke handgebaren) dat je toch graag je geld terugwil, om te vermijden dat hij of zij de zaak gewoon "vergeet". Gelukkig gebeuren dit soort dingen niet zo vaak, en hebben we twee van de drie keer het resterende geld na een tijdje zeuren en achtervolgen teruggekregen (de eerste keer waren we nog net niet zeker genoeg van ons stuk om te blijven volharden) .

Verder zijn we ons aan het aanpassen aan de brandende hitte. Omdat er in het warme gedeelte van de dag, pakweg van tien tot twee, niet te fietsen valt, zeker niet in een bergachtig landschap, staan we op voor het krieken van de dag, als de eerste Vietnamees zijn muziek heeft opgezet, en proberen we rond zes uur, halfzeven op onze fiets te zitten. Tussen halfelf en halfdrie ofzo, doen we niet veel, buiten wat in de schaduw zitten eten, drinken, lezen, of zoals nu, internetten, als de gelegenheid zich voordoet. Fijn is dat, zo een welverdiende en tevens verplichte middagpauze. Nu begrijpen we ook waarom alle Vietnamezen te pas en te onpas (zij het midden in hun marktkraam of op restaurant) liggen te slapen in het midden van de dag, een gezond bioritme heet dat hier.

We zijn hier bijna weg, binnenkort steken we de grens over naar Cambodia. We zijn erg benieuwd hoe het fietsen daar zal bevallen. Van Spaanse fietsers die we onderweg ontmoetten, hebben we al gehoord dat het er een stuk rustiger is. Van Mr. Pumpy (onze nieuwe held) weten we dat er veel stof is in Cambodia, modder in het natte seizoen, dus we mogen niet klagen.

woensdag 27 januari 2010

Vietnam leert Mel een lesje

Inderdaad, u leest het goed, net als de eerste de beste 12-jarige die door een vooruitstrevende mama of papa verplicht wordt een heel pakje sigaretten op te roken na betrapt te worden op het nemen van een trekje, word ik hier in Vietnam een serieus lesje geleerd. Ik schep er namelijk op deze reis (thuis ook al, maar dan in mindere mate) een intens genoegen in om mensen die ik voorbij rij te begroeten, bij voorkeur in hun eigen taal. De reacties hierop zijn divers, en varieren van een blij antwoord of een schuchtere glimlach tot een volledige negatie van al mijn vrolijkheid. Steeds weer betreur ik het feit dat het groeten van mensen niet als een normaal dagdagelijks gedrag wordt beschouwd. Hier in Vietnam echter wordt er met mij gelachen, en wordt op ironische manier getoond hoe het leven eruit zou zien moest iedereen mijn groet beantwoorden, of zowaar mij zelfs voor zijn. Zowat iedereen die we passeren roept ons uiterst enthousiast "hello" toe, al dan niet bedoeld om ons te groeten. Sommigen lachen ons hierbij vriendelijk toe, maar anderen kijken hierbij naar hun vrienden als om te tonen "kijk eens wat ik hier durf". Op zich is dat allemaal goed en wel, en zou ik blij ende gelukkig horen te zijn met al deze vrolijkheid, ware het niet dat er net iets te veel enthousiaste Vietnamezen onze wegen kruisen, zowat iemand elke 5 minuten (en dit is een onderschatting; in dorpskernen zijn er veel meer enthousiastelingen, in landelijkere streken iets minder), wat na 6 uur fietsen op een vlot gemiddelde van 180 te groeten personen (of groepen hysterisch krijsende kinderen) per dag komt. U begrijpt dat dit zelfs voor een groeter als ik te hoog gegrepen is. Het vervelende is dat mijn gemoed niet ingesteld is op het negeren van mensen die aardig (of niet aardig, de mensen die "hello where are you from" roepen teneinde hun vrienden te imponeren zonder einge interesse in de persoon waartegen ze roepen, zijn helaas talrijk) groeten; wat resulteert in de steeds terugkomende vraag of wij nu verzuurd zijn, of het werkelijk teveel is voor een blanke fietser om te verdragen. Want het hotel 's avonds nemen we niet enkel omdat het goedkoop is, neenee, het is ook gewoon nodig om eventjes te vertoeven in een geluidsarme omgeving, alwaar niet alles wat je doet nauwgezet van heel erg dichtbij wordt gadegeslaan. Gelukkig kwamen we gisteren andere fietsers tegen (bezig aan hun tweede jaar onderweg) die ons konden verzekeren dat ook zij na de middag stopten met terug te wuiven, en dat Vietnam ook voor hen een heel vermoeiend land was om in rond te fietsen. In Cambodja zou het beter moeten zijn, wat maakt dat we onze route een beetje gaan verleggen teneinde enkele weken hektisch Vietnam te ruilen voor (hopelijk) rustigere varianten in het buurland.

Dit gezegd zijnde verblijven we nu in Hue, waarover geen enkel slecht woord. Hue is een touristische trekplijster (we waren hier bijvoorbeeld al eerder met mijn zussen, en hebben hier toen ook drie mooie dagen beleefd), met alle voordelen vandien. Zo worden we hier niet als een zeldzame soort loslopende aapjes bekeken en gefotografeerd (soms vanop minder dan 0.5 meter, uiteraard steeds zonder voorafgaandelijk vragen), hebben hotels verse lakens, droge handdoeken, andere klanten en een vaste prijs, blijven voorbijgangers van onze fiets als we die ergens plaatsen (het is nogal gevaarlijk als ze zonder je het ziet de remmen losser draaien), wordt er veel minder getoeterd, is er internet... . Het leven is mooi hier in Hue, dus we blijven hier nog enkele dagen, waarna we weer de prachtige fietsweg opgaan, met oorstopjes gewapend tegen alle vrolijkheid waartegen onze verzuurde zelf enkel met demping van geluid bestand blijkt... . Zuur is tenslotte ook niet steeds slecht, denk maar aan ingelegde augurken of vers citroensap.

met zoete groeten,

Melanie

zaterdag 23 januari 2010

Ben je nu helemaal betoeterd?!

Betoeterd ja, dat ben je als fietser in Vietnam. Of het nu is als waarschuwing (let op, hier komt een kalf van een chauffeur!), als enthousiaste begroeting, of uit vaderlands plichtsbesef, iedere verkeersdeelnemer, inhalend of tegenliggend, toetert je toe. Gelukkig fietsen we al geruime tijd op de prachtige snelweg genoemd naar de grote meneer Ho Chi Min, die in perfecte staat is, mooi breed door het landschap golft en die quasi verkeersvrij is, de eigenlijke droom van iedere fietser. Passeert daar eens die occasionele truck, dan volstaat het een vinger in het linker oorgat te steken. Het is niet meer zoals die eerste twee dagen toen we weg van Hanoi fietsten, met oorstopjes in, een psychisch geweldig belastende rit. Onze westerse brein is geprogrammeerd om een luide toeter rechtstreeks door te verbinden naar het stresscentrum, terwijl dat van de Vietnamezen dit waarschijnlijk gewoon wegfiltert als achtergrondlawaai. Ondertussen beginnen ook wij er een beetje aan te wennen, en reageren niet echt meer op getoeter, we blijven gewoon netjes langs elkaar rijden, een volledige rijstrook inpalmend, net zoals iedereen.

De Vietnamezen zijn een vriendelijk volkje, heel erg open en informeel, erg geinteresseerd ook in het doen en laten van blanke mensen op gekke fietsen. Overal worden wij enthousiast onthaald, met luid geroep van fans langs de baan en achterop brommertjes. De snelweg van Ho Chi Min slingert een beetje als de levensader door een voor de rest verlaten landschap, en aldus fietsen we menig dorp en buffel voorbij op een dag. We voelen ons daarbij een beetje als Sinterklaas die met zijn stoomboot aanmeert in Holland. Waar we komen, lijkt alle activiteit te stoppen, draaien de hoofden zich en gaan de monden open om een schel "hello" voort te brengen. Soms voelen we ons ook een beetje Jezus, als we veel volgelingen hebben, meestal schoolkinderen per fiets. Wij behoren hierover enthousiast te zijn, blij zelfs, hoe vaak is ons niet het tegendeel gebeurd, dat mensen niet omkijken als je ze vriendelijk toelacht, zelfs nors terugkijken alsof ze het je kwalijk nemen dat je goed gezind bent. Maar toch vinden we al deze aandacht maar niets, niet de toeters, niet de goedbedoelde hello's, niet steeds weer dezelfde grapjes (Vietnamees zet fietshelm op, Vietnamees rinkelt fietsbel,...). Het is confronterend om te beseffen dat je een verzuurde Westerling bent, die er nogal individualistische ideeen, zoals privacy, respect voor privebezit en dergelijke, op nahoudt. We vinden het vervelend dat mensen onze drinkbussen openklikken, aan het bijstelwieltje van onze remmen draaien als we er even niet bijzijn, dat ze stoppen langs de weg als wij dat doen om een beetje naar ons te gaan zitten staren, maar aan de andere kant kunnen we geen eetgelegenheid aandoen zonder dat er ons iemand rijstwijn of een pijp aanbiedt. Als we vragen of er een hotel in de buurt is, dan wijzen de mensen naar hun huis, en zeggen dat we daar gratis kunnen slapen (wat we in dat geval ook doen, de densiteit aan hotels is nogal klein, vandaag hebben we er toevallig een gevonden, met internet!). Kortom, cultuurschok alom.

Ondertussen zijn we een week aan het fietsen, en kunnen we steeds beter met dit alles om. We weten nu dat die idyllische, van rust omgeven plek die we dachten gevonden te hebben, alleen al door onze aanwezigheid in een vingerknip kan omgetoverd worden tot een bruisend dorpsgebeuren. 's Nachts zijn oorstopjes onze beste vrienden, tegen die feestboot die toevallig aanmeert langs je afgelegen slaaphut, de amateur-dj die, geinspireerd door uw aanwezigheid, zijn platencollectie nog eens afspeelt op het luidste volume, de kungfu-film van je gastheer, de ochtendlijke beslommeringen van de vrouwen, die rond vier uur 's nachts opstaan (wat de plaatselijke hanen blijkbaar erg frustreert, want die beginnen ook uren voor de zon opkomt), de communistische propaganda van de staatsradio die door de luidsprekers in de straten schalt (omstreeks vijf uur 's morgens),... Onze reisgids vermeldt het ook al: in Vietnam is er altijd wel iets of iemand die lawaai maakt.

Maar we amuseren ons, we genieten van het mooie landschap, het naast elkaar kunnen fietsen en kunnen praten, het lekkere en goedkope eten, de kilometers die er vlot doorgaan, nu en dan het vooruitzicht op een mooi hotel, dat in dit soort landen binnen ons budget ligt en zeker ook van de Vietnamese gastvrijheid en vriendelijkheid (toch zeker als de densiteit aan uitbundige en vrolijke Vietnamezen iets lager ligt). Ook onze tussenstop in Dalat, de culinaire hoofdstad van Vietnam, lonkt ons toe.

Dit gezegd zijnde, sluit ik af, en wens jullie een goede nacht. Tot een volgende keer, in Hue waarschijnlijk, alwaar wij over vier dagen denken te zijn.

zaterdag 16 januari 2010

De mooiste dag van het jaar

U leest het goed. Vandaag was de mooiste dag van het jaar, al is dat nog maar net begonnen. De ingewijden onder u weten vast al waar de klepel hangt en voor de anderen bij deze een korte verduidelijking: Een van de favoriete dingen die mijn oudste zuster (Katrien of TooT in de wandelgangen) doet, is verjaren (alias jarig zijn). Er wordt reeds lang op voorhand luidop naar 16 januari, die mooie (mooiste) dag, uitgekeken en eens het zover is, kan de pret niet op. Uiteraard is er een organiserend comite nodig om die verjaardagen zo mooi ende feestelijk mogelijk te maken, van ontbijt tot animatie. En zoals u vast kan raden zijn de twee nooit veranderende leden van dat comite mezelf en Evelien, zuster nr 2. Slapeloze nachten, uren beraad en vroeger tijdens de examens zelfs kostbare uren studeertijd worden besteed aan het zoeken van een geschikte kado, het snijden van fruitsla, het maken van brownies, cake, snoephuizen (met de cursus ernaast, omdat het anders instort tijdens het drogen) en vooral het zoeken naar iets van animatie om de dag inderdaad de mooiste dag van het jaar te maken. Dit jaar ging het niet anders, met als extra leukigheid (mooi woord, nietwaar) dat het tevens onze laatse vakantiedag samen was, wat wel kan tellen als mooiste dag van het jaar. De dag is voorbij, het is 22u30 's avonds, de zussen hun vlieger stijgt als alles goed gaat binnen een half uurtje op, en wij besluiten dat het goed was. Er waren ballonnen, ter versiering en als hoofddeksel voor het voetvolk (zie foto's), er was Colora (een opblaasbare haan) als compagnie voor zij met haan als Chinese almenak, er was een met strikken versierde rijdende troon (met chauffeur), er was een voetmassage, er werd gezongen door mederestaurantgangers, er werd naar ons gewuifd en met ons gelachen, er was alles wat nodig was om de mooiste dag van het jaar, en vooral de jarige te laten schitteren ende schijnen.

Morgen klimmen we terug zelf op onze fiets, en gaan we zuidwaards, richting Hochimin-city (vroeger Saigon) en Cambodja, waarover een andere keer meer... .


Melanie

donderdag 7 januari 2010

Touristen in Vietnam

Al zijn we al zo een kleine 6 maand onderweg, "echt tourist" voelen we ons normaalgezien zelden. Nu de zussen er echter zijn begeven we ons op "platgetreden paden" ('the beaten track' zoals dat in het Engels zo mooi heet), boeken we tours waar we vooral andere blanken tegen het lijf lopen, afgezien dan van alle Vietnamezen die op zulke plekken patroulleren met de welbekende zin "You buy from me?" op de lippen (dit gaat van kaartjes tot parelkettingen). Sapa was de moeite. De minderheden bleken toch meestal in de meerderheid te zijn (touristen omsingelen moet wel een culturele activiteit zijn daar), de bergen waren hoog en lekker dicht bij de zon, bij avonden waren gezellig en onze gids wist de weg. Mooi was dat. Die goede herinnering indachtig gingen we naar de zee, eilandjes kijken in Ha Long. Helaas bleek de luxe-driedaagse op de boot (met seafood, fancy hotel en al) eerder een gammele bedoening te wezen, en waren we zo dom geweest de mens die we betaald hadden niet bij naam en nummer te identificeren. Onze reisgenoten hadden allemaal of 30 dollar minder betaald, of een pak meer luxe zoals hotelkamers met ramen, lakens en 1 deken per persoon, genoeg ontbijt om het tot 's middags te overleven, een dek waar geen spijkers uitstaken en waarvan de planken intact waren, ... . U begrijpt het plaatje vast. Hongerig (wegens gebrek aan seafood) en toch wel een beetje boos na de slechte service (als zelfs de gids op de bus u uitlacht als ie uw hotel ziet) gingen we op zoek naar onze afzetter aan wie we minstens 30 dollar te veel betaald hadden. Helaas bleken de Vietnamezen niet al te behulpzaam, bleek onze vijand zich verscholen te hebben in zijn burcht in Hanoi (vast gekocht met onze centen), en kwamen we van een kale queeste thuis. Een echte tourist moet tenslotte toch tenminste een keer eens goed afgezet zijn, denken we dan, waarna we ons voornemen dat het wel de laatste keer was...
Melanie

maandag 28 december 2009

En toen waren ze met vier

Jaja, de zussen zijn veilig en wel aangekomen hier in Hanoi, vergezeld door een stapel appelkoeken die te pas en te onpas bovengehaald werden, best wel lekker, al had een beetje boter of olie in het deeg niet misstaan. De vorige dagen werden dan ook gevuld met massas nieuwtjes die uitgewisseld werden (ik had er zowaar ook, met dank aan de vele briefschrijvers), versgesneden ananasjes op een stokje eten, de horden brommertjes trotseren bij het oversteken van de straat, laat gaan slapen en laat opstaan (de zussen toch, die er nog een ander tijdsritme op nahouden), gaan eten in een gezellig restaurantje met een boel andere blanken, de geschiedenis van Ho Chi Minh en Confisius bekijken in gepaste gebouwen, zitten aan minitafeltjes om noedeltjes te eten, brommerritjes, boeken, fruit en brood weigeren van ondernemende Vietnamezen, stapels mooie doosjes passeren die leeg blijken te zijn, ons trachten niet te veel te ergeren aan de rondrijdende Vietnamezen die hun toeter verkiezen boven hun rem, verbaasd zijn over de massale hoeveelheid bagage (10m lange stokken, dozen, zakken, mensen) er op een fiets passen en nog massas meer.

Binnen 10 minuten vertrekken we met de trein (een soft sleeper deze keer, zowaar zelf met extra properheid voor touristen) naar Sapa, een bergstadje. Dit betekent helaas ook terug naar de 0 graden, een beetje sneu voor zij die naar Vietnam komen omdat het hier warm is. We gaan daar enkele dagen rondwandelen met onze prive-tourgids, die ons (zo werd ons beloofd) alle plaatselijke minderheden gaat tonen. We hopen maar dat ze niet speciaal voor ons gaan dansen... . Even for the record, opdat u terecht jaloers kan zijn, in Hanoi is het lekker warm.

Katrien heeft alvast beloofd dingen te fotograferen om de lezer (u dus) te plezieren. Op het programma staat alvast een filmpje over nieuwjaar in een bergdorp in Vietnam en vele etnische minderheden.

Vier alvast een feestelijk nieuwjaar (nodig ook eens een etnische minderheid uit, das in), en zet de chauffage een graadje hoger, kwestie van een beetje mee te leven ;)

Melanie